Tandarts en mondzorg praktijken

Rechter stelt tandarts in gelijk


24 August 2020

Door de voorlopige voorzieningenrechter van de rechtbank Overijssel is op 20 augustus jl. een belangrijke uitspraak gedaan. De uitspraak is van belang voor alle mondzorgpraktijken in Nederland. Kwaliteit in Praktijk trad op als materiedeskundige voor de tandarts in kwestie.

Bewaartermijn instrumentarium 3 of 6 maanden?
De zaak gaat over de bewaartermijn van verpakt gesteriliseerd instrumentarium. De tandarts in kwestie bewaarde zijn verpakt gesteriliseerd instrumentarium in een gesloten ladekast met een bewaartermijn van 6 maanden. Op basis van een inspectiebezoek meende de IGJ dat er sprake was van een overtreding.

Gesloten bak als extra beschermingsmiddel
De IGJ stelde op basis van de Richtlijn Infectiepreventie in Mondzorgpraktijken, KNMT 2016 dat deze richtlijn voor deze vorm van opslag een maximale expiratietermijn van drie maanden voorschrijft. Volgens de IGJ is een bewaartermijn van 6 maanden enkel toegestaan als gebruik wordt gemaakt van een afgesloten bak als extra beschermingsmiddel.

Last onder dwangsom IGJ
De IGJ legde de tandarts daarom een last onder dwangsom op van 1000,- Euro per week (met een maximum van 10.000 Euro) om af te dwingen dat de tandarts een bewaartermijn van drie maanden zou hanteren. Ook besloot de IGJ om het dwangsombesluit openbaar te maken op de IGJ website.

Tandarts naar voorzieningenrechter
De tandarts, bijgestaan door een advocaat van de Stichting VvAA rechtsbijstand en Menno Bouman als materiedeskundige van Kwaliteit in Praktijk wendde zich tot de voorzieningenrechter. Dit omdat er volgens de tandarts geen sprake was van een overtreding. Verder verzocht de tandarts de voorzieningenrechter om het besluit van de IGJ om tot publicatie van het dwangsombesluit over te gaan te schorsen.

IGJ
Uitgangspunt voor de rechtsgang van de tandarts was dat de IGJ hoofdstuk 8.10 uit de richtlijn Infectiepreventie in Mondzorgpraktijken, KNMT 2016 niet correct heeft toegepast.
Onder het kopje “Overwegingen” in hoofdstuk 8.10 wordt gerefereerd naar de richtlijn R5301 waarin o.a. gesproken wordt over een bewaartermijn van drie maanden met een verlenging naar zes maanden bij opslag in een afgesloten bak.
Echter, onder het kopje “Aanbevelingen” staat aangegeven dat “Hersteriliseer uiterlijk zes maanden na datum van sterilisatie.” Er wordt niet meer expliciet verwezen naar de R5301. Hierdoor kan verondersteld worden dat hersterilisatie na drie maanden geen aanbeveling is en de termijn van zes maanden geldt. De IGJ meende echter dat in samenhang bezien van de drie maanden termijn moet worden uitgegaan.

Oordeel voorzieningenrechter
De voorzieningenrechter oordeelde dat het door de IGJ gehanteerde toetsingskader op het aspect van de bewaartermijn onduidelijk was. Het kan daarom niet dienen als grondslag om een last onder dwangsom aan de tandarts op te baseren. Door de IGJ is daarom ten onrechte gesteld dat de tandarts in overtreding was. De rechter heeft daarom de publicatie van het dwangsombesluit geschorst.

Praktisch nut
Deze uitspraak van de voorzieningenrechter geeft duidelijk weer dat de IGJ in dit geval niet zomaar een bewaartermijn van 3 maanden kan voorschrijven. Het toetsingskader is onduidelijk. Bovendien is de feitelijke situatie hoe de instrumenten worden bewaard relevant. De uitspraak is daarom van belang voor de praktijkvoering van alle mondzorgpraktijken. Voor zover bekend is dit tevens de eerste rechterlijke uitspraak die ziet op de bewaartermijn van verpakt gesteriliseerd instrumentarium zoals genoemd in de Richtlijn Infectiepreventie in Mondzorgpraktijken, KNMT 2016

Wilt u er zeker van zijn dat uw praktijk aan alle eisen voldoet? Schaf dan onze actuele set praktijk- en hygiëneprotocollen aan. Voor ANT-leden slechts € 99,— excl. btw.
Bel even naar 035 6920628 of vul ons contactformulier in.